Ronkend start de vrachtwagen de motor. Rammelend rijdt hij weg, met achterop een flinke hoeveelheid drums met benzine en vliegtuigbrandstof. De vrachtwagen heeft een lange rit voor de boeg, helemaal tot onder het Brokopondomeer. Daar stopt hij bij Pokigron, waar ook de weg stopt. Daar, aan de oever van de Suriname-rivier, worden de vaten overgeladen in boten, die ver de rivier op varen tot ze zijn aangekomen in Djoemu. Daar worden de drums met een trekker naar het nabijgelegen vliegveld gebracht en overgeladen in het MAF-vliegtuig, dat de vaten naar Palumeu brengt.
lees hier waarom deze vaten brandstof op deze manier vervoerd worden