0 items € 0,00

Loodgieter uit Apeldoorn wordt bushpiloot in Australië

21 april 2017 Mark-Jan

Een 36-jarige loodgieter uit Apeldoorn maakt een opmerkelijke carrièreswitch. Marijn de Zwart wordt piloot van kleine vliegtuigen die worden ingezet in ontoegankelijke gebieden op de wereld. Begin mei vertrekt hij met zijn gezin vanuit Apeldoorn om te gaan vliegen tussen Aboriginal-gemeenschappen in het ruige Noord-Australië.

De Zwart, geboren in Sneek en opgegroeid in het Zuid-Hollandse Driebruggen, was als kleine jongen al gefascineerd door techniek. In zijn tienerjaren werkte hij op zaterdag als loodgieter. Later deed hij een opleiding als elektrotechnicus en werd hij ondernemer met een bedrijf in centrale verwarmingsketels. Zijn voornaamste werkterrein als loodgieter en installateur werd Apeldoorn, waar hij vanaf 2004 woonde.
 
Maar hij was er niet honderd procent tevreden mee. De Zwart is christen, lid van een plaatselijke PKN-gemeente en wilde meer met zijn leven doen dan ketels verkopen en kranen repareren. Hij wilde mensen op een andere maar ook concrete manier helpen. Hij besloot zich aan te melden bij MAF, een zendingsorganisatie die bekend staat om haar luchttransporten wereldwijd.
 
De organisatie heeft verspreid over moeilijk toegankelijke streken een totaal van 130 vliegtuigen en verzorgt transport door de lucht voor honderden hulporganisaties naar crisisgebieden. Een van die organisaties is bijvoorbeeld Artsen zonder Grenzen, maar regelmatig ook de Verenigde Naties. De piloten van de MAF staan bekend als ervaren ‘bushpiloten’ en kunnen vliegen in de moeilijkste omstandigheden. Soms is hun landingsbaan slechts een grasveld.
 
De Zwart startte zijn opleiding in 2010 op het Gelderse vliegveld Teuge bij de vliegschool die MAF daar opzette. In de loop der jaren haalde de jonge piloot, die volop aanleg bleek te hebben voor zijn nieuwe vak, alle benodigde brevetten. Nu heeft hij 350 vlieguur achter de rug. Enorm motiverend was een trainingstocht drie  jaar geleden naar Papoea-Nieuw-Guinea, ’s werelds moeilijkste vlieggebied.
 

,,Goed vliegen is regelrechte kunst’’, vertelt hij. ,,Maar wat me nog meer boeide dan het vliegen zelf was het helpen van mensen in afgelegen dorpen. Iedereen kijkt ernaar uit als er weer eens een vliegtuig met post en medische voorraden langskomt. Dan is het feest.’’ Samen met zijn vrouw Esther en hun drie kinderen Jesse (8) Sophie (5) Sil (3) vertrekt hij op 4 mei naar het ruigste deel van Australië, om er onder afgelegen Aboriginal-gemeenschappen te werken, zieken te evacueren en voorraden te brengen.
 
,,Wat ik aan Nederland ga missen? Misschien een biertje drinken met mijn vrienden ’s avonds. En de patatboer hier in Apeldoorn op de hoek. En natuurlijk gaan we de familie enorm missen, vooral voor de kinderen is dit niet eenvoudig. Maar toch; ik kijk uit naar de start van ons leven in Australië.’’ Pas na twee jaar zal de familie voor een verlofperiode van zes weken terug zijn in Nederland.. ,,We gaan helemaal opnieuw beginnen. Het wordt een avontuur.’’