0 items € 0,00

Alle internationale staf

Wilfred & Harriëtte Knigge

Papua New Guinea

Locatie:

Papua New Guinea

Postadres:

P.O. Box 273
WHP 0281
Mount Hagen
Papua New Guinea

Geef
Wij zijn Wilfred en Harriëtte Knigge-Wisselink. Wij zijn samen met onze zonen Micha en Ruben, in januari 2017 door MAF Nederland uitgezonden als pilotenechtpaar naar Arnhemland, Australië.
Na ruim een jaar te hebben gewoond en gewerkt in een Aboriginal community, zijn wij in juni 2018 naar Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) verhuisd. Hier wonen wij in Wewak aan de noordkust.
Samen voelen we ons geroepen onze kwaliteiten in te zetten buiten Nederland in de wetenschap hoeveel het werk van MAF betekent in het leven van onze naasten.

Meer informatie over en nieuwsbrieven van ons kunt u lezen op  www.deknigges.nl.

Bizarre noodvluchten

16 maart 2020 Wilfred & Harriëtte

Een klein meisje, een bevalling, een kapmes wond en een overleden man

 



Niet elke vlucht is een succes verhaal
Afgelopen week had ik vijf medische vluchten in twee dagen. Dat komt niet vaak voor. Eerst op dinsdag een klein meisje van nog geen twee jaar die last had van benauwdheid. Gelukkig konden we die met een vlucht van 25 minuten relatief makkelijk naar een ziekenhuis brengen.

Terwijl ik die vlucht uitvoerde, kreeg ik bericht dat ik zo snel mogelijk naar Sangera moest vliegen om daar een man op te halen die veel bloed verloor omdat beide handen verwond waren door een kapmes.


Beide handen kapot is geen ongeluk
Toen ik zo’n 1,5 uur later aankwam in Sangera, ben ik snel met het papierwerk begonnen. Ik vroeg aan de omstanders waar de patiënt was en die zeiden dat hij eraan kwam. Hij kon zelf lopen, dus dat was een goed teken. Ook al verloor hij bloed, hij had blijkbaar nog genoeg om overeind te blijven staan. Dat klinkt misschien wat bijdehand, maar ik ben geen dokter. Ik kan onmogelijk een medische inschatting maken van de conditie van de mensen die we ad hoc van A naar B vliegen.

Dat hij medische hulp nodig had, was wel duidelijk. Hoewel ik het hem op dat moment niet vroeg, wist ik ook dat dit geen ongeluk was. Hoe is het mogelijk om jezelf aan beide handen te verwonden met een kapmes? Ik woog de man en zag één van zijn handen: zijn pink was eraf en het bot was zichtbaar. De wond was nat van bloed en lymfevocht. Zijn andere hand was in een doek gewikkeld. Ik heb die niet gezien, maar kan me alleen maar voorstellen dat die er nog erger aan toe was.

De lokale bevolking leek er overigens niet echt van onder de indruk. Het was een feit. Overigens was dit op maandagochtend gebeurd. Ik ben maandagmiddag over dit dorp gevlogen op weg naar huis, maar ze hebben ons niets laten weten. Pas dinsdag aan het begin van de middag werd duidelijk dat dit niet vanzelf overging. We zien dit vaak: mensen zijn laat met het melden van problemen. Eerst willen ze het zelf oplossen of afwachten of het zelf overgaat. Meestal is dat niet het geval. Soms met de dood als gevolg. Eenmaal geland in Wewak vroeg ik de man: Is dat van werk of van vechten. Hij reageerde kort: ‘Paitim’.

Dat was de dinsdag, toen kwam woensdag.


Dit zijn al serieuze weeën
In de ochtend was bij mij bekend dat ik ’s middags een patiënt vanuit Lumi terug naar Wewak zou vliegen. ‘s Ochtends zou ik ook al naar Lumi gaan, maar dan doorvliegen naar Vanimo. In Lumi werd mij gevraagd of ik een ‘bel mama’ mee kon nemen. De zwangere vrouw moest naar Vanimo om te bevallen. Waarom ze niet in de kliniek in Lumi kon bevallen werd mij niet gezegd. Daar dacht ik eigenlijk ook niet over na. Pas nu ik dit schrijf dringt tot mij door dat er meer aan de hand was.

De vrouw had al weeën zag ik. Serieuze weeën, want ze kon ze niet verbergen. Ik vroeg de gezondheidswerker enigszins ongerust hoe veel tijd ik nog had. “Uren, zei hij. Pas morgen ochtend bevalt ze”. Ik had zo mijn twijfels. Bij Harriëtte ging het des tijds razendsnel en het duurde nog zeker een uur voordat we in Vanimo zouden zijn. Gelukkig kwamen we in Vanimo voordat het kind ter wereld kwam. Dat was een opluchting.



Met doodzieke patiënten, meerdere patiëten ophalen
Het vliegtuig werd volgeladen met goederen en brandstof en toen was het tijd de passagiers te boarden. Pas toen 8 van de 9 passagiers aan boord waren, werd mij verteld dat ik een zieke man van Vanimo naar Anguganak zou vliegen. Dat is de omgekeerde wereld. Anguganak is een klein bush dorp, zoals Lumi, met een klein kliniekje. Een zieke man vlieg je daar normaal niet naar toe. Maar het werd al snel duidelijk waarom nu wel. Mij werd verteld dat er geen behandeling voor deze man meer was. Hij ging naar huis om te sterven. Ze wezen mij op zijn buik die opgezet was. Ook zag ik zijn opgezette handen en voeten en ik concludeerde voor mijzelf dat het waarschijnlijk iets als kanker was.

We zetten de man achterin het vliegtuig, wat de makkelijkste toegang en meeste ruimte geeft. Familie maakt de man nat met water om hem af te koelen. Een familielid huilt om zijn vertrek.

De man had zijn ogen open, maar was erg zwak en kon zich eigenlijk niet bewegen. Een familielid nam plaats naast hem om op hem te letten en voor hem te zorgen.

In Lumi pikte ik de patiënt voor Wewak op. Het vluchtschema zag er onschuldig uit in de ochtend, maar ik begon er steeds meer bezorgd om te worden. Doorgaans willen we passagiers niet meer dan 2 tussenlandingen laten maken. Onze zieke man uit Vanimo zou eerst in Lumi landen, daarna in Edwaki en dan pas in Anguganak. Dus zo snel als mogelijk de patiënt uit Lumi aan boord brengen, papierwerk invullen en door naar Edwaki waar we onze laatste mensen ophaalden.



Zijn ogen waren dicht
Eenmaal geland in Anguganak, wilde het familielid van de patiënt eerst alle goederen uitladen. Daarna liet hij een auto komen om de man in over te brengen. Ik vond het vreemd dat hij de man niet sneller uit het vliegtuig wilde halen, maar het drong niet tot mij door, dat dit familielid meer wist dan ik op dat moment.

Toen we de man uit het vliegtuig tilden, langs de andere patiënt, viel mij op dat de man er wat grauw uitzag. Zijn ogen waren dicht. Terwijl we hem op tilden bleef hij in de zithouding zitten. Dat zag er erg onnatuurlijk uit. Zijn arm, die niet ondersteund werd, hing niet naar beneden, maar bleef langs het lichaam hangen, bijna horizontaal.

Toen drong het tot mij door dat dit niet klopte. Deze man leeft niet meer.

Leven en dood dicht bij elkaar
Ik vroeg onze MAF agent, Alex, die het vliegveld in Anguganak onderhoud of hij wist of het ‘goed’ ging met de man. (Als lokale man kan hij natuurlijk veel beter verstaan en inzien wat er aan de hand is). Alex vertelde mij dat de man gewoon sliep. Ja, ja. Slapen. Ik ben bang dat het een hele diepe slaap is.

Vanaf dat moment gingen er allerlei gedachten door mijn hoofd, maar fysiek was ik druk met de volgende vlucht en het papierwerk. We hebben de andere patiënt gewoon naar Wewak en het ziekenhuis kunnen brengen.

Van de vijf medische vluchten in twee dagen, zijn er vier goed afgelopen. Tenminste, voor zover wij dat kunnen zien. De zwangere vrouw is wel veilig in Vanimo aangekomen, maar we weten niet of de baby het wel heeft gehaald. De andere kant is: als we de zwangere vrouw niet in Vanimo hadden gekregen, waren beiden waarschijnlijk overleden.

En zo staan leven en dood heel dichtbij elkaar hier. MAF doet zijn best om mensen te helpen, maar er is maar een beperkt deel dat we kunnen doen. We zijn geen medisch opgeleide piloten. En zelfs als we dat zijn, kunnen we niet helpen op het moment dat we vliegen.

En toch spookt de gedachte door mijn hoofd: wat als ik die man uit Vanimo nou preventief zuurstof had gegeven? We hebben dat voorhanden in het vliegtuig en het kost weinig moeite om dat toe te dienen. Ik had daar gewoon domweg niet aan gedacht. Wat als ik lager was gaan vliegen. Dan was de partiële zuurstofdruk hoger en had de man het misschien overleeft?

Wat als…
De realiteit is dat het niet altijd een succes verhaal is. We delen van de mooie en blije dingen. Prachtige natuur of ‘helden-verhalen’ als we weten dat we hebben kunnen helpen. Maar het gaat gewoon niet altijd goed. Dit is geen negatieve reclame, maar de voeten weer op de grond: we doen wat we kunnen, maar we kunnen niet alles. Helaas zal dit naar alle waarschijnlijkheid ook niet de laatste persoon zijn die onder mijn toeziend oog het leven zal laten in een MAF vlucht….

Zolang we ook maar de succes verhalen blijven ervaren.
 


Al vroeg in de ochtend kregen we een telefoontje uit Buluwo, een landingsbaan bij twee kleine dorpjes op ongeveer een half uur vliegen van Wewak. Een vrouw was de dag ervoor bevallen van een baby, maar de tweede baby zat vast in haar buik. Het lag mogelijk in de stuit of dwars. Geen fijne situatie in de bush, zonder verloskundige hulp.

Gras tot de knieën
Ik stond klaar om op weg te gaan naar Buluwo, maar er was één probleem: een maand daarvoor konden we niet landen op deze landingsbaan omdat het gras te hoog was. Het kwam zeker tot de knieën. Dat zijn geen goede omstandigheden om in te landen. Dus hoe nu verder? 
 

"Bij gebrek aan grasmaaiers, gaat dat hier gewoon met een kapmes."


Ons staflid die aan de telefoon was met de persoon in Buluwo, vertelde dat de strip eerst moest worden gemaaid. Het gras moest eraf, anders geen medevac. We kunnen niet ons leven en het vliegtuig op het spel zetten om iemand anders te helpen. Er zijn regels waar we ons aan moeten houden, hoe hoog de nood ook is.

De mensen in Buluwo lieten weten dat ze aan de slag gingen. Ik ging ondertussen het vliegtuig klaarmaken voor vertrek, maar had er weinig vertrouwen in. Normaal gesproken is een dorp bijna een hele week bezig om een landingsbaan te ‘maaien’. Bij gebrek aan grasmaaiers, gaat dat hier gewoon met een kapmes. Dat is nog zwaarder dan hoe dat vroeger bij ons in Nederland ging met de zeis. Normaal gesproken gebeurt dat dus in een week en nu wilden ze dat in één dag doen. Ik was alvast aan het overleggen met mijn collega’s om de vlucht zaterdagmiddag te doen, mochten ze het dan klaar hebben.

Rond een uur of twee kwam er weer een telefoontje: de strip was voor zo’n 80% ‘gemaaid’. Ik keek mijn collega aan en kon het niet geloven. Ik vroeg om bevestiging en was enigszins argwanend.

De hele community op de landingsbaan
Toen het nogmaals bevestigd werd, liet ik meedelen dat als het niet klopte ik alsnog niet ging landen en de medevac niet door zou gaan. Samen met een collega ben ik toen in mijn dagelijkse kleren naar Buluwo vertrokken.



Toen we daar aankwamen kreeg ik kippenvel: de strip was voor 80% gemaaid, ruim genoeg om te landen voor ons lage gewicht. Ik zag de hele community op de landingsbaan bezig. Allemaal aan het slaan met de kapmessen: bezweet, hijgend en vermoeid. Kinderen van 6, 7, 8 jaar hielpen mee met hun eigen kapmessen (het is hier heel gewoon dat kinderen deze werktuigen gebruiken).
 

"We willen hem jouw naam als tweede naam geven."


De zwangere vrouw kwam eraan lopen met haar man en een kleine baby. Ze kwam lopen... Ik had verwacht dat ik een stretcher nodig zou hebben. Wat zijn die vrouwen in PNG sterk. Ongelofelijk. Na ze gewogen en ‘ingeladen’ te hebben, bracht ik ze naar het dichtstbijzijnde kleine ziekenhuis, op ongeveer 20 minuten vliegen. Ik verwachtte dat de vrouw het zou redden, maar dacht dat de baby al niet meer leefde. Geen idee of dit vaker gebeurt met tweelingen, maar iets zegt mij dat een tweeling-bevalling normaal redelijk vlot achter elkaar doorgaat en er niet een dag tussen de bevallingen zit. En dat was dat, zo dacht ik.



De geboorte
Afgelopen woensdag moest ik deze mensen weer terugvliegen naar Buluwo. Ik wist dat dit hetzelfde gezinnetje was, want dat was mij verteld. Toen ik landde in Tadji, verwachtte ik twee volwassenen en een baby in te checken. Maar wat bleek: er waren twee baby’s om in te checken! Toen ik dat hoorde was ik echt blij verrast. Ik kon het niet geloven. Een paar keer zei ik hoe blij ik voor ze was. Toen ik hielp met de gordels vast te maken vroegen ze hoe ik heette. ‘Wilfred’, zei ik, waarop zij zeiden: Het was dit jongetje, Jason, dat vastzat. We willen hem jouw naam als tweede naam geven. Ik was verrast en vereerd. Ze toonden hun dankbaarheid door mijn naam aan hun zoon te verbinden. Wat bijzonder. Voordat we vertrokken bad ik met de passagiers. Dat doe ik eigenlijk altijd en dit keer kon ik toevoegen hoe blij ik was voor deze jonge ouders. Ik kreeg er een brok van in mijn keel.

Medische evacuaties